“Oplopende energieprijzen en inflatieverwachtingen”
- Het jaar begon sterk, ondersteund door gunstige ontwikkelingen op de Amerikaanse arbeidsmarkt en in de Amerikaanse economie. De sterke start verdween eind februari naar de achtergrond door de aanval van Israël en Amerika op Iran.
- Aandelen kenden een zwak kwartaal, voornamelijk als gevolg van de oorlog in Iran.
- Rentes daalden aanvankelijk in de eerste twee maanden, maar stegen in maart weer door de oorlog in Iran. Door die oorlog hebben olieproducenten in het Midden-Oosten hun productie aanzienlijk teruggeschroefd. De export van olie en gas uit de Golfregio via de Straat van Hormuz kwam grotendeels tot stilstand. Dit leidde tot sterke stijgingen van zowel olie- als gasprijzen. De inflatieverwachtingen liepen door de hogere energieprijzen op. Hierdoor nam de speculatie over renteverhogingen door centrale banken toe.
- Het sentiment rond Amerikaanse software en logistieke aandelen was dit kwartaal negatief. Beleggers hielden rekening met de potentieel ontwrichtende gevolgen van AI voor delen van de dienstensector.
- Daarnaast bestonden er twijfels of de zeer omvangrijke AIinvesteringen van verschillende megacapbedrijven op termijn wel rendabel zullen zijn.
- De zorgen over de privatecreditindustrie laaiden dit kwartaal opnieuw op. Dat kwam onder andere door het faillissement van de Britse kredietverstrekker Market Financial Solutions (MFS) en de sluiting van een privatecreditfonds van Blue Owl Capital.
- In januari bereikte het diplomatieke conflict rond Groenland een dieptepunt. Trump suggereerde een mogelijke overname van Groenland en sloot het gebruik van militaire middelen niet uit. Daarnaast dreigde hij aanvullende invoerheffingen op landen die Amerika dwars zouden liggen. Het vooruitzicht van Europese tegenmaatregelen leidde tot vrees voor een heropleving van de handelsspanningen. Tijdens het NAVO-overleg op het World Forum in Davos bereikten de landen uiteindelijk een overeenkomst die aanvaardbaar was voor Trump.
- In februari verklaarde het Amerikaanse Hooggerechtshof de importtarieven van vorig jaar onwettig. Volgens het Hof heeft de president op basis van de huidige wetgeving niet de bevoegdheid om zonder instemming van het Congres eenzijdig importtarieven in te voeren. Trump schakelde over naar alternatieve wetgeving om de tarieven te herstellen richting 15%. De vraag blijft of deze tarieven op langere termijn houdbaar zijn. Hierbij heeft Trump uiteindelijk ook toestemming van het Congres nodig is.
- In januari ontbond de Japanse premier Sanae Takaichi het Lagerhuis van het parlement. Ook schreef ze vervroegde algemene verkiezingen uit voor 8 februari. Deze verkiezingen draaiden uit op een zeer grote overwinning voor Takaichi en haar LiberaalDemocratische Partij (LDP). Samen met coalitiepartners kwam zij uit op een tweederde meerderheid.
- De Amerikaanse centrale bank (Fed) liet de beleidsrente dit kwartaal ongemoeid op 3,5%-3,75%. In januari droeg Trump Kevin Warsh voor als Fed-voorzitter. Hij zal Jerome Powell opvolgen. Zijn termijn loopt in mei af. Warsh staat bekend als kandidaat die onafhankelijker en geloofwaardiger is dan de overige genomineerden. Powell overweegt bij de Fed te blijven om de onafhankelijkheid van de Fed te waarborgen.
- Net als de Fed liet ook de Europese Centrale Bank (ECB) het belangrijkste rentetarief (de depositorente) ongemoeid. Reden is de onzekerheid van de oorlog met Iran wat betreft de duur en impact (inflatie) daarvan.
Dit kwartaalbericht is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. In het jaarverslag over 2026 worden de definitieve cijfers gepubliceerd. Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend.